Art Object & diamant

Investering in tijdloze schoonheid, dit mag met recht gezegd worden als het om diamant gaat. Diamant is het kostbaarste geschenk van onze aarde. Gecreëerd door de natuur zelf. Iedere diamantsteen is daarom uniek. Er zijn geen twee diamanten aan elkaar gelijk. Subtiele verschillen beïnvloeden hun schoonheid en waarde. De kwaliteit wordt bepaald door de vier C’s, te weten: – de slijpvorm (cut) – de kleur (color) – de zuiverheid (clarity) en het gewicht (karaat).

Bij Art object geven we graag een helder advies, wij merken dat klanten daar behoefte aan hebben omdat het toch voor velen een grijs gebied is.

Of het nu om de aanschaf van een diamanten ring is of diamanten oorbellen, zelfs losse diamanten als zijnde belegging of later voor de kinderen.

Wanneer u de aanschaf van een diamanten sieraad overweegt voor uzelf, of als cadeau voor iemand die u lief is, dan investeert u in tijdloze schoonheid. Diamant is een echt persoonlijk- en waardevol geschenk met een blijvende waarde. Bij een dergelijke aankoop is het van belang dat u het juiste advies ontvangt en daarmee bent u bij Art Oject aan het juiste adres.

Het ontstaan van diamant

Diamant is de enige edelsteen die slechts uit één element bestaat namelijk koolstof (chemie: C). Diamant is diep in het binnenste van de aarde ontstaan doordat koolstof onder invloed van enorme druk en grote hitte is gekristalliseerd. Koolstof bestaat uit verbrand hout, ook roet bestaat uit koolstof. Als koolstof stevig wordt samengeperst, wordt het grafiet. Als grafiet onder geweldig hoge temperatuur (1300 tot 2000 gr

Celsius) wordt samengeperst onder druk van duizenden atmosferen, wordt diamant verkregen. Men zegt dan dat het koolstof is gekristalliseerd. Diamant lijkt op glas maar is veel harder. De gekristalliseerde koolstof is maar op een paar plaatsen op de wereld, in zeer kleine hoeveelheden te vinden. Dat maakt diamant uiterst zeldzaam.

Door plotselinge erupties (uitbarstingen) van vulkanen stijgt het vloeibare lava en magma uit het inwendige van de aarde onder enorme druk omhoog en na afkoeling kunnen bepaalde elementen uitkristalliseren tot edelstenen. Ook is gebleken dat dampen kunnen afkoelen kristallen vormen waardoor edelstenen ontstaan zoals kwarts en agaat. Ook diamant vindt dus zijn oorsprong diep in de aarde. Vloeibaar diamant houdend gesteente werd door een ongekende kracht uit het ingewand van de aarde omhoog geperst. Vanuit een diepte van 150 a 200 kilometer! vormden zich zo vulkanische pijpen of kraterpijpen, ook wel vulkaankegels genoemd, die omhoog werden geperst en zich naar de bovenste aardkost een uitweg zochten. Sinds 1867 zijn Zuid Afrika al 250 van die pijpen gevonden. Deze ‘schoorstenen’ waarin zich diamant bevindt, zijn nu afgekoeld en hebben een doorsnee van enkele meters tot maximaal enkele honderden meters. – Wat een enorme verborgen krachten kent de natuur! – Komt een deel van de gesteentemassa waarin diamant verborgen zit aan het aardoppervlak, dan zijn er weinige geheimen meer. Door weersinvloeden, erosie, stromend water, wordt ze naar beken en rivieren gevoerd. Het komt ook voor dat gletsjers ze meenemen, of ze komen met lawines mee de diepte in. Koolstof, klei, kiezelzuren, kalk, zand en dergelijke zijn op zichzelf waardeloze grondstoffen. Door ‘natuurkrachten’ worden ze tot diamant, robijn, saffier, smaragd, amethist; tot het volmaaktste wat de aarde te bieden heeft. Er is geen edelsteen gelijk aan de andere. Elk kristal is een eenmalig meesterwerk van betoverende schoonheid. Ruwe diamantjes lijken een beetje op kiezelsteen. Alleen echte kenners kunnen zien dat het geen gewone kiezelstenen zijn.

Decennia lang werd diamant in India gedolven. Veel later werden er, behalve in Zuid-Afrika, ook in andere landen veel diamanten gevonden. De Zuid Afrikaanse Kimberleymijn ‘Big Hole’ is de grootste en meest bekende vindplaats van diamanten. Met een afmeting van 463m breed en 1.097m diep is deze mijn het grootste gat dat ooit door mensenhanden in de aarde is gegraven. Deze mijn werd tot 1914 gebruikt.

Van alle gedolven diamanten is slechts 15 tot 20% geschikt om later in een sieraad te worden verwerkt. In diamantcentra als New York, Tel Aviv, Antwerpen, Amsterdam en Bombay worden de ruwe diamanten door diamantslijpers, vanouds veelal Joodse vaklieden, bewerkt tot sprankelende edelstenen.

Het delven van diamant

Het kost in het algemeen zeer veel moeite om een diamant op te graven. Het zand moet eerst weg gegraven worden voor de diamant blootgelegd wordt. Als de ertslagen uit de diamantmijn naar boven zijn gebracht. Liggen de diamanten nog verborgen. Dan worden ze daar uit gesorteerd. Dat noemt men het winnen van de diamant. Om 1 karaat diamant (0,2 gram) te vinden moet gemiddeld 250 ton gesteente worden bewerkt. Hoewel de diamantproductie in de afgelopen jaren is toegenomen, is er naar schatting in de loop van de geschiedenis in totaal slechts 500 ton diamant gewonnen.

De wijze waarop dit plaatsvindt hangt van de omstandigheden af.

– Met grote zeven bij diamantgruis uit bijvoorbeeld beken en rivieren.

– Als de diamant in gesteente zit wordt het klein gehakt of met met explosieven opgeblazen (in mijnen e.d.).

– De drijfzink manier, waarbij diamanten vanwege het gewicht bezinken in een zware vloeistof, terwijl de andere mineralen juist blijven drijven.

– Met röntgenstralen dit is de modernste methode met transportbanden komt het diamanthoudend gesteente in een donkere ruimte. De stralen doen de diamanten oplichten en een foto-elektrische cel zet de luchtstroom in werking. Deze blaast de diamant weg van het andere gesteente.

Sorteren

Als de ruwe diamant is vrijgekomen moet er worden gesorteerd. Zoals u hiervoor hebt kunnen lezen kunnen niet alle diamanten gebruikt worden voor sieraden. Slechts 15 tot 20% van het diamant is hiervoor geschikt. Vaak zitten er teveel onzuiverheden in de ruwe diamant, daarom kan er maar een beperkt deel van worden gebruikt. Men gebruikt dat diamant om gereedschap en andere zaken van te vervaardigen. Vanwege de ongekende hardheid is diamant op veel manieren toe te passen.

Diamant historie | Diamanten slijpen in de 14e eeuw

Het slijpen van diamanten is een ambacht wat al sinds de 14e eeuw wordt uitgeoefend. Hiervoor werden ruwe diamanten gebruikt van ruwe octaëder vorm die vlak werden geslepen waardoor er diamanten werden gemaakt die we ook wel puntslijpsel noemen.

Diamant historie | Diamant slijpen in de 15e eeuw

In de 15e eeuw ontwikkelde men het tafelslijpsel. Dit was verbeterd ten opzichte van het puntslijpsel door een deel van de octaëder af te slijpen. Ook de punt aan de onderzijde, ook wel kollet genoemd, werd erg belangrijk en door vier hoekfacetten hieraan toe te voegen ontstond het oude achterkantslijpsel.

Diamanten met oude slijpvormen hebben geen schittering of vuur. In de middeleeuwen was een diamant enkel waardevol door zijn glans en hardheid. Echter, het tafelslijpsel heeft een zwart uitzicht en dat is in die tijd veel te zien in de kunstwereld, maar in die periode waren het edelstenen zoals robijn, saffier en smaragd veel meer in sieraden verwerkt.

In 1476 maakte Lodewyk van Berquem uit Brugge een absolute symmetrie in de positie van de facetten op de diamant. Hij maakte nieuwe slijpvormen zoals pendeloque en briolette, dit zijn peervormige diamanten met driehoekige facetten aan beide zijden.

Diamant historie | Diamant slijpen in de 16e eeuw – Roos slijpsel

Rond de 16e eeuw werd in Amsterdam en Antwerpen het roos slijpsel gemaakt. Dit was ook gemaakt met symmetrisch geplaatste driehoekfacetteen maar was aan de onderzijde plat en daarom bij uitstek geschikt om in gouden sieraden te verwerken. De verschillen tussen beide plaatsen is te zien aan het aantal facetten op de diamant.

De eerste briljant slijpvormen werden halverwege de 17e eeuw toegepast. Deze noemde men ook wel Mazarins. Deze diamanten hadden 7 facetten aan de bovenzijde (ook wel kroonzijde genoemd). Later in de 17e eeuw voegde diamantslijper Vincent Peruzzi er nog 16 facetten aan toe wat het totaal aantal facetten op 33 bracht. Daarom noemen we dit de Peruzzi briljant. Deze diamant versterkte de schittering van een geslepen diamant en omdat men in die tijd het maken van ronde diamanten niet beheerste waren deze diamanten de eerste met afgeronde hoeken en vierkanten.

Tot het einde van de 17e eeuw zijn diamanten alleen gekloofd, waarbij men rekening moest houden met natuurlijke breukvlakken binnen in de diamant. Deze oude briljant slijpsels zijn te herkennen aan een geringe licht-weerkaatsing in vergelijking met de huidige diamanten vanaf de 19e eeuw.

Tijdens de 18e eeuw werd het kussenslijpsel en het Europees slijpsel ontwikkeld wat een andere facetindeling had op de diamant en daarmee een rondere vorm. Dit slijpsel kreeg de naam Bolsjewiek-slijpsel wat uiteindelijk een voorloper was van de meest moderne diamantvorm die wij nu kennen.Het Bolsjewiek-slijpsel komt men vaak in oude juwelen tegen en heeft aan de bovenzijde nog de oorspronkelijke vierkante kristalvorm waardoor de ruwe diamant behouden bleef maar daardoor is de reflectie dof van kleur.

In de 19e eeuw werden er volop ontwikkelingen gemaakt met het bewerken van diamanten. Nieuwe technieken en gereedschappen voor het maken van diamanten worden volop ontwikkeld. In 1919 komt Marcel Tolowksy er achter via geometrische berekeningen dat reflectie van licht en vuur het belangrijkst zijn voor de ideale diamant slijpvorm. Dit alles vormt de basis voor nieuwe slijpvormen die nu in de 21e eeuw worden toegepast en tegenwoordig door verschillende computermodellen worden berekend met als doel de ideale balans tussen schittering en vuur te vinden waardoor nieuwe slijpvormen worden gecreëerd.

Vanaf de 20e eeuw waren alle bekende vormen wel verkrijgbaar.

De briljant, princes, markies, baguette, ovaal, peer, radiant, cushion, emerald en heart Shape.

De 4 C’s

Deze vier C’s staan voor:

– de slijpvorm (cut)

– de kleur (colour)

– de zuiverheid (clarity)

– het karaatgewicht (caratweight).

De slijpvorm:

Er bestaat een onderscheid tussen de kwaliteit van het slijpsel en de slijpvorm van een diamant. Diamant geslepen in briljantvorm kent 56 facetten; een goed geslepen diamant zorgt voor een optimale schittering en flonkering. Het model (de slijpvorm) waarin de diamant is geslepen, is meer een kwestie van persoonlijke smaak. Deze slijpvorm heeft nauwelijks invloed op de waarde. Een diamant verliest tijdens het slijpproces gemiddeld circa 50% van zijn oorspronkelijk gewicht. Diamant ontleent zijn schittering aan de weerkaatsing van het licht. De slijper moet de facetten zodanig aanbrengen dat het licht optimaal van het ene facet naar het andere wordt gekaatst. De kennis voor dit veeleisende vak wordt al eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven. De nauwkeurigheid en finesse van het slijpsel bepalen de schittering van de steen.

Door de slijpvorm krijgt een diamant z’n lichtreflecterende eigenschappen. 1).Wanneer een diamant precies in de juiste verhoudingen is geslepen wordt het licht weerkaatst van het ene facet naar het andere. Alle licht reflecteert dan via de bovenkant van de steen. 2). Als de diamant te dik is geslepen, gaat het licht deels via de onderkant van de steen verloren. 3). Als de diamant te vlak is geslepen, ontsnapt het licht al aan de steen nog voordat het door een ander facet wordt teruggekaatst.

kleur:

Voor een ongeoefend oog lijken bijna alle diamanten wit. In werkelijkheid blijkt slechts een klein aantal volkomen kleurloos, dus puur wit te zijn. Een kleurloze diamant is het mooist. Want alleen een volkomen kleurloze diamant heeft een volmaakte prismawerking; zo’n diamant laat het licht vlekkeloos door, zodat het getransformeerd wordt tot alle kleuren van de regenboog. Om de zeer kleine kleurverschillen vast te leggen, zijn internationale normen opgesteld.

De zuiverheid:

Diamant schittert meer dan enig ander edelsteen. En een diamant die volkomen vrij is van insluitsels of onzuiverheden is van de hoogste kwaliteit. Want dan staat niets de lichtinval in de weg. Een diamant wordt loepzuiver genoemd als hij volkomen doorzichtig en vrij van insluitsels is. Dit naar het oordeel van een geoefend vakman bij een tienvoudige vergroting onder normaal licht. (Met name grotere) insluitsels gaan ten koste van de schoonheid van een diamant. Deze blijft daarmee echter net zo duurzaam. Maar hoe hoe zuiverder een diamant is, hoe beter uw keuze. (Uiteraard hangt daa ook een hoger prijskaartje aan, want schaarste zorgt altijd voor een hogere waarde).

Het karaatgewicht:

Groter is NIET altijd beter! Het gewicht van een diamant wordt gemeten in een karaat. Eén karaat gewicht is slechts 200 milligram (in1gram gaan dus 5 karaten !). Een karaat wordt weer onderverdeeld in honderd ‘puntjes’. Dus een diamant van 75 puntjes weegt 0,75 karaat. Het gewicht van een diamant is de meest voor de hand liggende factor om de waarde van de diamant te bepalen. Maar twee diamant van gelijk gewicht kunnen toch een duidelijk verschillende waarde hebben. Dat hangt af van hun kwaliteit (het totaal van de 4 C’s). En diamanten van goede kwaliteit kunnen in elk gewicht voorkomen.

 

 


Product successfully added to the product comparison!